Commissie Klassiek Circus
informeert politiek en publiek

 
 

   
 

 
 

 
   

Misleidende campagne dieractivisten

Huizen, 8 september 2010

Dieractivisten kondigen vandaag acties aan tegen een van de sponsoren van Circus Herman Renz. In een amateuristisch opgezette actiewebsite kondigen ze acties aan, ondersteund met film en fotomateriaal van circusdieren. Saillant detail: geen enkele film of foto heeft betrekking op het topklasse-circus Herman Renz!

Recent beeldmateriaal van de dieren bij Circus Herman Renz kunt u bekijken op onze homepage of onze pagina met beeldmateriaal.

De belangrijkste conclusies uit het onderzoeksrapport naar het welzijn van dieren in circussen leest u hieronder. (even op de "lees meer" knop drukken)


Er is in 2008 onderzoek gedaan naar het welzijn van circusdieren. Er is daarbij onderzoek verricht naar de volgende diersoorten: Kamelen, Leeuwen, Olifanten, Paarden en Tijgers (ezelsbruggetje: KLOPT).

De onderzoekers trekken in hun rapport 13 conclusies en doen 5 aanbevelingen aan de minister, en daarmee indirect aan de circussen. Geen enkele conclusie of aanbeveling wijst in de richting van een verbod op alle of bepaalde dieren in circussen.

Door tegenstanders van circusdieren, zoals de PvdD, "wilde dieren de tent uit" en andere dieractivisten, wordt maar al te graag eenzijdig en selectief geciteerd uit het bijbehorende onderzoeksrapport.

Bij alle dieren is geconstateerd dat hun gedrag anders is dan van dezelfde dieren die in de (restanten van de) vrije natuur leven. Dat kan ook niet anders. Dieren in de vrije natuur zijn voortdurend bezig met overleven. Dat betekent op zoek naar voedsel, op zoek naar paringspartners en op de vlucht voor bedreigingen die in de vrije natuur nu eenmaal aanwezig zijn.. De dieren in het circus leven onder de hoede van hun verzorgers. Waarmee de invulling van de tijd dus anders wordt.

In het circus treden geen wilde dieren op. De dieren zijn alle, in de nabijheid van de mens, in het circus of de dierentuin geboren. De mens speelt een belangrijke rol in de opvoeding van het dier. Het mechanisme van "imprinting" maakt het mogelijk dat een dier - zonder toepassing van geweld - de mens volgt alsof het zijn of haar moederdier is. Daarmee kan de mens dus een band opbouwen met een dier. Ongeacht of dat nu een hond of een leeuw is. [1]

De meeste dieren passen zich goed aan aan het leven in het circus. Uitgerekend leeuwen en tijgers blijken de makkelijkste dieren. Deze dieren rusten en slapen van nature 19 uur of meer per dag. Na vele generaties te zijn geboren onder de hoede van de mens zijn volgens de leider van het onderzoek, Hans Hopster, duidelijk tekenen van aanpassing zichtbaar bij leeuwen en tijgers.

De huisvesting van dieren in het circus is ruim voldoende. Tegenstanders van circusdieren verkondigen dat de dieren permanent in "transportkooien" zouden verblijven. Transportverblijven worden, zoals de naam reeds zegt, gebruikt voor het vervoeren van de dieren. Het circus staat echter veel meer tijd op een plaats dan dat het onderweg is. Op de plaats worden de transportverblijven gebruikt als nachtverblijf. Leeuwen en tijgers beschikken over ruime buitenverblijven. Kamelen lopen in een paddock. De wagens waarmee olifanten, paarden en kamelen worden vervoerd staan altijd leeg op het circusterrein of ze staan als schuilgelegenheid gekoppeld aan de paddock. Wel is het zo dat de tijd dat de dieren rondom het transport in de wagens staan kan worden verkort door het maken van duidelijke afspraken met gemeenten en eigenaren van terreinen. Ook het aanbrengen van voorzieningen voor water en voer in de wagens wordt aanbevolen. Daarover doen de onderzoekers duidelijke aanbevelingen in het rapport.

De onderzoekers hebben in 2008 onderzoek verricht bij de circussen Herman Renz, Staatscircus van Moskou, Circus Alberto Althoff, Circus Renz-Berlin en het Belgische Benelux Circus.

De onderzoekers doen in twee rapporten aanbevelingen aan de minister.

Vanwege de intrinsieke waarde van wilde dieren, dus dieren die nog in de vrije natuur leven, is het niet goed om dieren ten behoeve van dierentuin of circus uit het wild te vangen. Dat zou dus verboden moeten worden. De onderzoekers gaan met deze conclusie voorbij aan het feit dat het vangen van bepaalde dieren in de wildernis al vele jaren verboden is en dat de meeste circusdieren niet van wildvang stammen. Een betere conclusie zou zijn: De bestaande wildvangverboden moeten beter worden gehandhaafd en circussen mogen geen dieren afkomstig van legale en/of illegale wildvang in hun dierenbestand opnemen.

In het welzijnsrapport worden 5 aanbevelingen gedaan waarmee circussen hun dieren nog beter van dienst kunnen zijn. De onderzoekers zien echter, in tegenstelling tot dierenrechtenactivisten, geen enkele reden voor een verbod op dieren in het circus. De situatie van de meeste dieren in circussen in Nederland geeft daar ook geen aanleiding toe. Hoe dierenrechtenactivisten tot andere conclusies en aanbevelingen kunnen komen dan de onderzoekers van Wageningen Universiteit is voor ons, voor de betrokken onderzoekers en voor vele anderen een raadsel.

De bevindingen van de onderzoekers komen in grote lijnen overeen met een eerder Brits onderzoek naar het welzijn van dieren in circussen. [2]

Uit het rapport:
'Bij vijf van de zes circussen was de gezondheids en voedingstoestand van de meeste dieren over het algemeen in orde. Er waren bij deze vijf circussen, op wat ouderdoms en andere afwijkingen na die nadere preventieve en/of verder verzorgende aandacht behoeven, geen ernstige problemen. Bij de paarden werden relatief en absoluut meer afwijkingen vastgesteld. Een flink aantal daarvan kan worden toegeschreven aan de gebruikte rassen en/of de leeftijden van de paarden, alsmede aan het feit dat er relatief goedkope dieren zijn aangekocht.'

Bij één circus zijn ernstige problemen waargenomen. Dit betreft het Belgische 'Benelux Circus' dat ten tijde van het onderzoek langdurig op een plaats stond opgesteld zonder buitenverblijven voor de dieren en zonder voorstellingen te geven voor het publiek. De reden voor deze problemen is dat de eigenaar/verzorger van de dieren van dit circus terminaal ziek was en niemand anders in staat was om de wagen met leeuwen en tijgers onder zijn hoede te nemen. Dit circus bestaat inmiddels niet meer. Het is ontbonden na het overlijden van de eigenaar. De dieren zijn inmiddels elders ondergebracht en een zeer zieke leeuw is geëuthanaseerd.

'Het optreden lijkt de dieren niet noemenswaard in hun welzijn aan te tasten. De voorstellingen zijn met 5-10 minuten per individu redelijk kort, de dieren voeren uitsluitend oefeningen uit waarbij het gevraagde gedrag onderdeel is van het normale gedragspatroon en paarden doen voornamelijk dingen die we ook in de normale dressuur kennen.'

'De meeste dieren laten zich zonder problemen in de transportwagens leiden. Ondanks dat we tijdens transporten de dieren niet hebben kunnen observeren, wijst dit erop dat het transport door de dieren niet als erg aversief wordt ervaren.'

'Paarden zijn in sommige circussen erg weinig buiten gezien, maar vertoonden toch weinig stereotiep gedrag. De open stalling en het optreden bieden schijnbaar voldoende afleiding en prikkels. Net als paarden werden kamelen niet altijd ruim gehuisvest, maar wel in natuurlijke groepen en met goede reproductie (=voortplanting)controle'

'De tijdsbesteding van de leeuwen deed natuurlijk aan. Het stereotiepe ijsberen kwam voornamelijk voor in anticipatie van voer. Bij de tijgers, die van nature meer behoefte aan beweging hebben, was dat ook het geval'

Alleen bij olifanten zijn problemen geconstateerd:
'De olifanten leden onder ondermaatse, te prikkelarme omstandigheden, niet altijd adequate voeding en een gebrek aan bewegingsvrijheid en (mogelijk) gezelschap. Ze stonden 's nachts, maar soms ook langdurig overdag, kruislings aangeketend. Dit is voor een veilig transport aan te bevelen, maar daarbuiten niet. Verveeld en gefrustreerd vertoonden ze veel stereotiep gedrag, vooral weven en slurfzwaaien. Omdat geen olifant in het circus geboren wordt, is er ook minder sprake van een soort semi-domesticatie, zoals die wel optreedt bij leeuwen en tijgers, die zich al generaties lang in dierentuinen en circussen voortplanten.'

'Bij de overige dieren werden geen duidelijke problemen of afwijkingen gezien'

Over olifanten:
In 2008 is er onderzoek gedaan bij zes circussen waarvan de twee onderstaande met de tussen haakjes genoemde olifantenpopulatie:

  • Herman Renz (1)

  • Renz-Berlin (2)


In 2009 waren de volgende circussen met (tussen haakjes het aantal) olifanten in Nederland aanwezig:

  • Herman Renz (1)

  • Renz-Berlin (2)

  • Moskou-Holiday (1)

  • Belly-Wien (2)

  • Freiwalds Menagerie Circus (1)


Zou het onderzoek in 2009 hebben plaatsgevonden, dan hadden de onderzoekers andere conclusies getrokken naar aanleiding van hun bevindingen met olifanten. Vooral bij Circus Renz-Berlin stonden in 2008 de olifanten veelvuldig aangeketend. Bij de andere circussen staan de olifanten de meeste tijd in een paddock (buitenverblijf), hebben ze gezelschap van andere dieren die in de paddock aanwezig zijn of is de verzorger langdurig bij de dieren aanwezig. De onderzoekers concluderen terecht dat op basis van waarnemingen bij drie olifanten geen verantwoorde conclusies kunnen worden getrokken. Al blijft er een zekere twijfel bestaan aan het welzijn van de in 2008 waargenomen olifanten. Daarom worden wel aanbevelingen gedaan om olifanten ook tussen de optredens door bezig te houden en het vastketenen tot een minimum te beperken.

Bij de circussen Herman Renz, Moskou-Holiday, Freiwalds Menagerie Circus en Belly-Wien staan de olifanten niet vastgeketend maar in een paddock.

Naar aanleiding van de bevindingen van de onderzoekers heeft ook Circus Renz-Berlin de leefomstandigheden van de olifanten sterk verbeterd. Ook dit circus bouwt een paddock op voor de olifanten. Verder hebben ALLE circussen maatregelen getroffen voor de huisvesting van de olifanten. Waterbassins, dieren die de olifant gezelschap houden, beschikbaar stellen van takken en boomstammen en het uitbreiden van de oefeningen met de dieren zijn in alle circussen in Nederland aan de orde van de dag

Er is in ons land nauwelijks draagvlak voor een verbod op circus met dieren.

  • Elk jaar bezoeken ruim 1,5 miljoen mensen een circus met dieren.

  • De anticircusdieren lobbyist "wilde dieren de tent uit" heeft in vijf jaar tijd ongeveer 50.000 steunbetuigingen kunnen verzameld.

  • In de Tweede Kamer stemden zowel in 2008 als in 2009 slechts 44 Kamerleden voor een verbod op circus met wilde dieren.

  • In "wilde dieren de tent uit" participeren slechts 5 van de 90 afdelingen van de DierenBescherming.

  • De Partij voor de Dieren, toch de grootste organisatie die tegen dieren in het circus is, kon in 2006 nog rekenen op 179.988 (1.83%) stemmen. In 2010 was deze partij nog maar goed voor 122.317 (1.30%) stemmen.

  • Een ander minderheid zijn de dieractivisten. Hun aantal wordt geschat op enkele honderden.


Wat de tegenstanders van circusdieren wel 'voor' hebben op de mensen die hun mening niet delen is dat ze hun mening heel actief uitdragen. Daarbij worden feiten en fictie vaak met elkaar verwisseld en worden incidenten gepresenteerd alsof dat de dagelijkse gang van zaken in alle circussen zou zijn.

Noten
[1] HET DIERENBREIN,
Bewustzijn, leergedrag, inzicht en intelligentie bij dieren
James L. Gould en Carol Grant Gould
Natuur & Techniek, Amsterdam 2000
ISBN 90-73035-58-9
Oorspronkelijke uitgave THE ANIMAL MINDScientific American Library, 1994

[2] ANIMALS in CIRCUSES and ZOOS, Chiron's World?
Dr. Marthe Kiley-Worthington
Little Eco-Farms Publishing
ISBN 1-872904-02-5
De tekst is integraal gepubliceerd op: http://the-shg.org/Kiley_Worthington/index.htm