|
|
|
Opiniestuk in AD Utrechts Nieuwsblad.
Welzijn circusdieren is niet in het geding.
Utrecht, 15 september 2013
Met de komst van een circus komt ook de bekende discussie naar de stad. Alsof
tegenstanders gewoon in een woonwagen meerijden in de karavaan van het circus.
We horen in elke stad weer dezelfde verwijten. Dat vraagt om een opiniërend
artikel in de krant:

Welzijn Circusdieren is niet
in het geding
Het circus is in de stad. En daarmee ook de discussie. Waarbij vooral
tegenstanders van circusdieren van zich laten horen, zoals ze dat moeten van
hun leiders, getuige oproepen op websites van enkele politieke partijen en
dierenrechtengroepen. Dat het welzijn van de meeste circusdieren vele malen
beter is zal ze een zorg zijn; want “de gewone burger en de niet-linkse
politicus kan het toch niet controleren”. Meten van dierwelzijn is
specialistenwerk! Internationaal zijn er drie onderzoeken gedaan naar het
welzijn van circusdieren. Dr. Marthe Kiley-Worthington (GB), een werkgroep van
DEFRA (GB) en Hans Hopster (Wageningen Universiteit in opdracht van LNV) komen
daarbij allemaal tot een vergelijkbare conclusie: Met de meeste dieren in
circussen is niets aan de hand.
Het circus is hooguit ongeschikt voor dieren met ingewikkelde sociale
structuren. Zoals mensapen en olifanten. De olifanten die er nu nog zijn
stammen uit de tijd dat wildvang de gewoonste zaak van de wereld was en
circussen over grote kuddes beschikten. Er is geen wildvang meer. En
nauwelijks fokresultaat. De solitaire olifant verdwijnt vanzelf uit de
circussen!
Tegenstanders citeren uit het Nederlandse rapport de misstanden die bij een
enkel circus zijn waargenomen. Dat die problemen werden veroorzaakt doordat de
eigenaar op haar sterfbed lag, wordt verzwegen. Net als het feit dat de
problemen nog tijdens de onderzoeksperiode zijn opgelost. De campagnes gaan
hier letterlijk over lijken; Hoe smakeloos kan de tegenstander handelen?
Wat staat er wel in de rapporten? Leeuwen, tijgers (en kameelachtigen) hebben
zich intussen goed aangepast aan het leven in het circus. Het stereotiepe
ijsberen komt voornamelijk voor in anticipatie op voer. Hoe reageert uw
huisdier als u met het pakje voer rammelt? Ook is duidelijk dat dieren geen
tegennatuurlijke –schadelijke – dingen hoeven te doen. Veel bewegingen
doen ze ook al van nature. Volgens Hopster was de gezondheidstoestand bij vijf
van de zes circussen in orde; Er zijn hooguit ouderdomskwalen, die goed te
behandelen zijn. Problemen met enkele paarden vonden hun oorzaak buiten het
circus: handel in goedkope paarden. Handhaving in de paardenhandel is
blijkbaar nodig. Dieren gaan meerdere keren per dag vrijwillig in en uit de
transportmiddelen. Er zijn dan ook geen aanwijzingen dat transport stress
oplevert. Er is wel een verbeterpunt: Dieren moeten bij aankomst meteen van de
wagen naar de staltent.
Over verboden wordt gelogen. Nergens in Nederland bestaat een verbod. Er zijn
hooguit moties ingediend. Er bestaat duidelijke jurisprudentie voor gemeenten.
Belly-Wien was in Groningen. Amsterdam heeft het Wereldkerstcircus. Zelfs in
Heemskerk stond recent een circus met “wilde dieren”. Het “Heemskerks
Model” bestaat alleen in persberichten!
Uiteraard is het gedrag van dieren in circussen, net als bij u thuis, anders
dan in de vrije natuur. Daar zijn dieren 24/7 bezig met overleven, waardoor
andere gedragskenmerken geen schijn van kans hebben. In circussen wordt een
spel gespeeld met het speelse dier. Een spel dat is gebaseerd op observatie
van het ongedwongen speelgedrag van dieren. Dat spel vormt een verrijking en
levert een positieve bijdrage aan het welzijn van het dier. Heeft u het al
eens van die zijde bekeken?
|
|