Winschoten is de eerste (en enige) Nederlandse gemeente die de APV heeft gewijzigd om zodoende een verbod op circussen met “wilde” dieren te bewerkstelligen. Hoewel de motie die daaraan ten grondslag lag in veel gemeenten is ingediend, is het bij deze gemeente gebleven, die op deze manier erg kortzichtig te werk is gegaan. Circus is een internationaal instituut, waarvan het bestaan niet ophoudt bij de gemeentegrens. Met het “verbod” streeft deze gemeente naar het volledig uitbannen van vermeend dierenleed in circussen binnen de gemeentegrenzen.
Nu deze wijze om circussen met (“wilde”) dieren te verbieden niet blijkt te functioneren, omdat de motie nergens op een meerderheid in de raad kan rekenen, denken sommige politici dat ze zo’n verbod er wel doorheen krijgen als het een andere verpakking krijgt. Het wordt dan expliciet opgenomen in een initiatiefvoorstel waarmee de raad het college opdracht geeft om een Gemeentelijk Beleid Dierwelzijn te gaan ontwikkelen.
Uit persberichten welke door diverse raadsfracties, waaronder Alphen aan den Rijn, in den lande naar de (lokale) media zijn gestuurd blijkt het indienen van een initiatiefvoorstel vooral te gaan om toch zo’n “circusverbod”. Want dat is vaak het enige punt uit het te formuleren beleid dat in de media wordt gebracht.
Hoe zou het beleid er dan wel uit kunnen zien?
Gemeentelijk dierenwelzijnbeleid kan gericht zijn op alle dieren die zich (semi-) permanent binnen de gemeentegrenzen bevinden. Dat beleid reikt dus veel verder dan de circustent, die er slechts enkele dagen per jaar staat!
Denk hierbij vooral aan:
- Huisdieren (thuis en op school)
- Kinderboerderij
- Veeteeltbedrijven
- Stadsparken
- Dierentuin
- Winterkwartier van een circus
- Plaatselijke gebruiken/volksfeesten
- De in het wild levende dieren (zoals vogels, vlinders, konijnen, padden, rioolratten)
En dan vooral wat de gemeente kan doen. Zoals:
- Voorzieningen voor het uitlaten van huisdieren
- Voorzieningen voor het opruimen van hondenpoep
- Een groot evenemententerrein waar een circus haar dieren de ruimte kan geven in paddocks.Â
- Structuur van gemeentelijk groen en het belang van groengebieden voor de trekroutes van bijvoorbeeld vlinders, padden en vogels.
- Aanleg en onderhoud gemeentelijk groen (gras, struiken, bomen, wanneer wel of niet snoeien, maaien)
- Regels voor het bestrijden van overlastgevende dieren (hoe?, welke dieren wel/niet bestrijden)
- Regels voor het onderhoud van stadsparken (welke dieren wel/niet, populatiebeheersing)
Ook kan de gemeente in het beleid opnemen of er wel of niet ruimte en/of subsidie wordt verstrekt voor een asiel, dierenambulance, kynologenclub of opvanginstituut voor dieren.
De volgende zaken zijn geen gemeentelijke aangelegenheid:
- Transport van dieren (veeteelt, bio-industrie)
- Mestbeleid
- Circusdieren
Deze onderwerpen dienen landelijk of zelfs internationaal te worden geregeld, gezien het grensoverschrijdende karakter. Wél dient de gemeente een zodanig evenemententerrein aan circussen beschikbaar te stellen zodat circussen kunnen voldoen aan de onlangs uitgevaardigde Richtlijnen Welzijn Circusdieren. Daarin staat duidelijk vermeld dat de meeste dieren dienen te beschikken over een paddock: een afgebakend stuk grond dat bij voorkeur is begroeid met gras. Dus toch iets over circus in het gemeentelijke beleid!
Een integraal dierenwelzijnsbeleid is vele malen beter dan het juridisch in elkaar gekunstelde “verbod” op circussen met “wilde” dieren zoals dat nu in Winschoten in de APV is opgenomen. Het verbod is in strijd met de Gemeentewet en daarmee gaat de gemeente haar bevoegdheden te buiten, aldus antwoorden van de minister op kamervragen betreffende een lokaal verbod op bepaalde circussen.